Trend 1: Gemeenten doen opnieuw meer investeringen

Opvallend : een traditionele investeringspiek blijft uit in de aanloop naar een lokaal verkiezingsjaar zoals 2018. Van een grote piek zoals bij vorige verkiezingsjaren is er nu geen sprake.

Reden? Door de strengere financiële evenwichtsnormen gaan lokale besturen meer voor een voorzichtige aanpak. Opdat de gemeenteschuld niet te sterk zou stijgen, voeren gemeenten slechts mondjesmaat geplande investeringen uit.

Sommige investeringen gebeuren nu  door brandweerzones en intercommunales, waar vroeger de gemeenten rechtstreeks investeerden in bijvoorbeeld brandweerkazernes en riolering.

Illustratie van de evolutie kan u vinden op blz 22-25 van de Belfius-analyse (Klik hier).

Trend 2: De bevolking vergrijst

Opvallend: zoals prognoses al lang aantonen, zal de groep van 65+'ers tussen 2020 en 2040 fors toenemen. De naoorlogse ‘babyboomgeneratie’ zal dan massaal met pensioen gaan en de oudere bevolkingsgroep zal groter worden dan de groep van jongeren.

Gevolg? Deze vergrijzing heeft voor de gemeenten 2 rechtstreekse financiële gevolgen:

  • Hogere pensioenkost: gemeenten dragen zelf de pensioenlast voor hun (vastbenoemde ) personeelsleden. Deze kost zal dus steeds sterker oplopen bij een grote golf aan mensen die met pensioen gaan.
  • Minder ontvangsten uit de personenbelasting : want wie met pensioen is, betaalt minder belastingen op dit (lagere) inkomen

Hoe evolueert de vergrijzing in Vlaanderen? Lees het hier

Hoeveel minder personenbelasting zal uw gemeente mogelijk krijgen? Lees het hier.

Trend 3: Gaan de gemeentelijke aanslagvoeten in 2018 omhoog of omlaag?

De fiscale sterkte van een gemeente hangt in grote mate af van het gemiddelde inkomen van de burgers en de bedrijven uit de gemeente. De inkomens en het kadastraal inkomen (huizen en gebouwen) vormen de belangrijkste basis. Door de indexering nemen beide inkomens jaarlijks lichtjes toe, waardoor gemeenten bijna automatisch hun belastingontvangsten zien stijgen - en ook hun kosten. Burgers en bedrijven verwachten in ruil een goede dienstverlening en de nodige investeringen.

Opvallend: heel wat gemeenten riskeren de komende jaren hun ontvangen personenbelastingen minder sterk  te zien stijgen, omdat er meer en meer inwoners met pensioen gaan. Een pensioen is immers lager dan een inkomen en de burger betaalt bijgevolg minder belastingen. Ook de taxshift van de federale regering heeft rechtstreeks effect op deze gemeentebelasting, want de inkomens worden minder belast.

Dit effect speelt niet voor de onroerende voorheffing op het kadastraal inkomen. Elke huiseigenaar en elk bedrijf betaalt deze aanvullende belasting aan de gemeente, bovenop een basisbelasting aan de Vlaamse overheid.

Trend 4: Afvalbeheer staat in Vlaanderen aan de top dankzij burgers die sorteren

De Vlaming is kampioen in sorteren. Materialen sorteren en recycleren is wat de richtlijnen van de Vlaamse overheid (OVAM) voorschrijven. Elke gemeente staat in voor zijn eigen lokale aanpak.

Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de ‘openbare netheid’. De huisvuilophaling maakt daar deel van uit. De meeste gemeenten hebben deze taak overgedragen aan intercommunales (gemeentelijke samenwerkingsverbanden), die het huisvuil wegbrengen voor verwerking en recyclage. Grotere intercommunales verwerken het huisvuil zelf. Afvalintercommunales baten ook het lokale recyclagepark uit waar burgers allerlei soorten afval kwijt kunnen, al dan niet tegen betaling.

Wie betaalt dit beleid?

  • De ‘vervuiler’ betaalt: via de aankoop van vuilzakken en/of de bijdrage volgens het gewicht van een gevulde vuilniscontainer, via de vergoeding voor het containerpark en/of een vaste huisvuilbelasting.
  • De gemeente: dekt de kosten van de afvalintercommunale via een werkingssubsidie. Hiermee kan ze de ophaling en verwerking van het huisvuil verzorgen en het containerpark uitbaten.
  • De Vlaamse overheid: subsidieert de gemeenten voor de praktische uitwerking van het milieubeleid.

Trend 5: Gemeenten gaan voor duurzame ontwikkeling

Steeds meer gemeenten geven het goede voorbeeld aan burgers en ondernemingen en engageren zich om een klimaatneutraal beleid te voeren. Om te tonen dat ze hierin een leidende rol willen opnemen, zien we onder meer de ondertekening van het Burgemeestersconvenant. Hiermee verbinden ze zich tot het verminderen van de CO2-uitstoot met 40% op hun grondgebied.

Op lokaal vlak kunnen gemeenten heel wat in gang zetten door gezinnen en ondernemingen bewust te maken van het belang van rationeel energiegebruik. Vooraleer ze een stedenbouwkundige vergunning goedkeuren, bestuderen ze als verantwoordelijke voor ruimtelijke ordening en stedenbouw grondig de plannen van kandidaat-bouwers of –renoveerders. Voor nieuwbouw en grondige renovaties gelden steeds strengere normen rond toekomstig energieverbruik. Maar ook eigen gebouwen van de gemeente kunnen energie-efficiënter.

Gemeenten leveren ook inspanningen voor een energiezuinigere mobiliteit. Burgers en ondernemingen krijgen bijvoorbeeld subsidies voor de aanschaf van elektrisch vervoer of voor het gebruikmaken van het openbaar vervoer. Gemeenten kopen zelf energiezuinige voertuigen aan, ze voorzien laadpalen of ze stappen in een systeem van deelwagens en deelfietsen.

Europa zet hierin de ambitieuze bakens uit (zie ook het burgemeesterconvenant). De Vlaamse overheid werkt verdere milieuwetgeving uit en helpt de gemeenten op weg om een lokaal klimaat- en energiebeleid te realiseren. Lees hier meer.